|
ExcelAir branddetectie en brandventilatie trefwoordenregister
Download hier de PDF met een overzicht van het trefwoordenregister
Afstellen
Bediening die de akoestische signalering uitschakelt, waarbij de akoestische signalering bij iedere nieuwe melding opnieuw in werking moet treden.
Afvoervoorziening
Voorziening om overdruk welke ontstaat in de met brand belastte ruimte uit deze ruimte naar buiten het gebouw af te voeren.
Opmerking: hier wordt niet mee bedoeld gesprongen beglazing.
Alarmorganisatie
Geheel van organisatorische en technische maatregelen om bij brand persoonlijke en materiele schade te voorkomen of te beperken.
Alfanumeriek display
Optische indicatie die informatie kan geven door het weergeven van meldingen bestaande uit alfanumerieke tekens (cijfers en letters).
Aspiratierookmelder
Rookmelder, waarmee lucht en aërosolen door een leidingnetwerk met aanzuigopeningen wordt aangezogen (ventilator of pomp) en getransporteerd naar één of meer rookgevoelige elementen.
Opmerking: Elk rookgevoelig element mag meer dan één sensor bevatten die aan hetzelfde rookmonster wordt blootgesteld.
Automatische brandbeveiligingsinstallatie
Installatie (H) die in geval van brandmelding automatisch wordt geactiveerd en dient voor de verhoging van de brandveiligheid.
Automatische brandmelder
Onderdeel (A) van een automatisch brandmeldinstallatie dat één of meer sensoren bevat die permanent of periodiek ten minste één fysisch en/of chemisch verschijnsel detecteert, dat duidt op brand en die ten minste
één overeenkomstig signaal doorgeeft aan de brandmeldcentrale (B).
Opmerking: De beslissing een brandalarm door te geven en/of automatische brandbeveiligingsapparatuur in werking te stellen, kan door de melder of door een ander deel van het systeem, bijvoorbeeld de brandmeldcentrale, worden uitgevoerd.
Automatische parkeergarage
Parkeersysteem waarbij de auto volautomatisch of semi-automatisch naar en van zijn parkeerplaats wordt getransporteerd.
Opmerking: Bij een vol automatische parkeergarage laat de bestuurder zijn auto achter in een entreeruimte, bij een semi-automatische parkeergarage rijdt de bestuurder de garage in, en laat de auto achter op een plateau.
Autonome installatie
Installatie die qua functionaliteit, apparatuur en programmatuur, voeding en transmissiewegen volledig onafhankelijk functioneert van alle andere gebouwtechnische installaties.
Besturingsapparatuur voor automatische brandbeveiligingsinstallaties
Automatische apparatuur (G) die wordt gebruikt om automatische brandbeveiligingsinstallaties (H) te initiëren, nadat een signaal van de brandmeldcentrale (B) is ontvangen.
Opmerking: Deze kan zich zowel in als buiten de brandmeldcentrale (B) bevinden.
Bevoegde autoriteit
Overheid of diens gemachtigde die de toepassing van de brandmeldinstallatie heeft geëist en/of moet goedkeuren in verband met het aansluiten van de brandmeldinstallatie op het ontvangststation voor brandmeldingen.
Bevoegde autoriteit
Rechtspersoon die de bevoegdheid heeft om een overdrukinstallatie te eisen of voor te schrijven, of die erkend is om een geïnstalleerde overdrukinstallatie te keuren en van een goedkeuring te voorzien.
Opmerking: Primair is het gemeentebestuur of diens gemachtigde de bevoegde autoriteit. Daarnaast kan iedere andere rechtspersoon (zoals brandverzekeraars) als bevoegde autoriteit optreden.
Bevoegde autoriteit
Rechtspersoon die de bevoegdheid heeft om een RWA-installatie te eisen of voor te schrijven of die erkend is om een geïnstalleerde RWA-installatie te keuren en van een goedkeur te voorzien.
Opmerking: Primair is het gemeentebestuur of diens gemachtigde de bevoegde autoriteit. Daarnaast kan iedere andere rechtspersoon (zoals brandverzekeraars) als bevoegde autoriteit optreden.
Bewaakt gebied
Gebouwen, het gebouw of het deel van een gebouw dat door de brandmeldinstallatie wordt bewaakt.
Bewaakte transmissieweg
Transmissieweg die zodanig op goed functioneren wordt bewaakt dat een storing binnen de tijd alsaangegeven in de desbetreffende delen van NEN-EN 54 wordt gesignaleerd op de brandmeldcentrale.
Brandbestrijdingsorganisatie
Organisatie (brandweer) die op ieder Moment de nodige brandbestrijdings- en beveiligingsmaatregelen kan treffen.
Brandalarmeringsapparatuur
Apparatuur (C1 en C2), niet geïntegreerd in de brandmeldcentrale (B), die wordt gebruikt om een brandalarm te geven.
Opmerking: Onder brandalarmeringsapparatuur wordt mede verstaan ontruimingsalarmeringsapparatuur zoals beschreven in NEN 2575.
Branddetectiebedrijf
Bedrijf dat verantwoordelijk is voor het ontwerp, de levering, de montage en het onderhoud van de installatie en verantwoordelijk is voor de compatibiliteit van de in de installatie toegepaste componenten en onderdelen.
Brandmeldcentrale
Onderdeel (B) van de brandmeldinstallatie waarmee ontvangen signalen worden geanalyseerd en worden weergegeven als alarm-, storings- of andere statusmelding, dat zorg draagt voor automatische besturingen en waarmee ook andere onderdelen van energie kunnen worden voorzien.
Brandmeldinstallatie
Installatie, die bestaat uit een samenstel van onderdelen en die in staat is om branden te detecteren, te signaleren en passende acties te initiëren.
Brandweeringang
Ingang van een object, die uit tactisch en technisch oogpunt is aangewezen voor binnentreden van de brandbestrijdingsorganisatie.
Brandweerpaneel
Paneel waarop de voor de brandbestrijdingsorganisatie noodzakelijke signalering en bediening aanwezig zijn.
Detectiezone
Geografisch deel van het gebouw waarin één of meer brandmelders en/of andere elementen zijn geïnstalleerd en waarvoor een afzonderlijke plaatsbepaling wordt gegeven.
Differentiaalmelder
Melder die een alarm initieert, wanneer de mate van verandering van het gemeten verschijnsel gerelateerd aan de tijd gedurende een zekere tijd een bepaalde waarde overschrijdt.
Doormeldapparatuur voor brandmeldingen
Apparatuur (E) die, nadat een signaal van een brandmeldcentrale (B) is ontvangen, een alarmmelding doorgeeft naar een ontvangststation voor brandmeldingen (F).
Opmerking: In de praktijk wordt hier ook wel gesproken over een alarmoverdrager, doormeldeenheid, hoofdmelder, automatische telefoonkiezer enz. Niet bedoeld wordt het relais of een andere interface in de brandmeldcentrale (B).
Doormeldapparatuur voor storingsmeldingen
Apparatuur (J) die, nadat een signaal van een brandmeldcentrale (B) is ontvangen, een storingsmelding doorgeeft naar een ontvangststation voor storingen (K).
Opmerking: In de praktijk wordt hier ook wel gesproken over een doormeldeenheid, hoofdmelder, automatische telefoonkiezer enz. Niet bedoeld wordt het relais of een andere interface in de brandmeldcentrale (B).
Draadloze transmissie
transmissieweg die gebruik maakt van radiografische verbindingen
Echte brandmelding
Brandmelding als gevolg van een brand of een voorval dat tot brand kan leiden.
Eisende partij
Rechtspersoon die de uitgangspunten voor de brandmeldinstallatie vastlegt in een Programma van Eisen (PvE).
Elektrische aansluiting
Punt in het elektrisch circuit waarbij verschillende elektrotechnische componenten van de overdrukinstallatie met elkaar worden verbonden.
Elektrische aansluiting
Punt in het elektrisch circuit waarbij verschillende elektrotechnische componenten van de RWA-installatie met elkaar worden verbonden.
Element
Onderdeel verbonden met een melderlus dat informatie met betrekking tot de brandmeldinstallatie kan verzenden of ontvangen.
Energievoorziening
elektrische voeding voor het rookbeheersingssysteem die is aangesloten op het distributienet van elektriciteit en die ten minste voldoet aan de “Model aansluitvoorwaarden voor elektrische energie” van EnergieNed Opmerking: Bovendien kan met energievoorziening een noodstroomvoorziening worden bedoeld.
Externe brandmelder
Signaal of contact van een separate brandbeveiligingsinstallatie waarvan de activering het resultaat is van een brand(verschijnsel).
Opmerking: Een separate brandbeveiligingsinstallatie is bijvoorbeeld een sprinklerinstallatie.
Geografisch brandweerpaneel
Paneel waarop de voor de brandbestrijdingsorganisatie noodzakelijke signalering en bediening aanwezig zijn en worden weergegeven met behulp van één of meer situatietekeningen.
Handbrandmelder
Apparaat (D) waarmee met de hand een brandalarm kan worden gemeld.
Herstellen
Bedieningshandeling die de brand- en/of storingsconditie opheft.
Hiërarchisch netwerk
Netwerk waarin een hoofdbrandmeldcentrale is opgenomen.
Hoofdbrandmeldcentrale
Brandmeldcentrale waarop alle (verzamelde) brand- en storingsmeldingen en uitgeschakelde delen worden gesignaleerd.
Opmerking: Een hoofdbrandmeldcentrale kan ook alleen de bedieningsterminal van de brandmeldcentrale zijn.
IS/RA-punt (InfraStructuur/Randapparatuur)
Eerste koppel- of aansluitpunt achter het invoerpunt van de telefoonkabel in een gebouw.
Indicator
Component dat zijn status kan veranderen om informatie te geven.
Infraroodvlammenmelder
Melder die reageert op straling met een golflengte van meer dan 850 nm.
Ionisatierookmelder
Melder die gevoelig is voor verbrandingsproducten die de ionisatiestroom in de melder kunnen beïnvloeden.
Isolator
Element in de transmissieweg die de gevolgen van een kortsluiting in een transmissieweg beperkt tot dat deel van de transmissieweg dat zich tussen de isolatoren bevindt.
Opmerking: Een isolator kan een apart element zijn, of zijn ingebouwd in een brandmelder of ander element.
Kanaalmelder
Melder die geschikt is om lucht in een kanaal op brandverschijnselen te controleren.
Lineaire optische rookmelder
Melder, bestaande uit ten minste een zender en een ontvanger en eventueel een reflector, die rook detecteert door de vermindering van intensiteit of wisselende intensiteit van een optische straal.
Lineaire thermische melder
Melder die reageert op een temperatuursverhoging in de nabijheid van een continue verbinding.
Opmerking: Een lineaire thermische melder kan uit een sensoreenheid, een sensorelement en functionele eenheden bestaan.
Luchtafvoer- en toevoerrooster
Een luchtafvoer- en toevoerrooster is vast (niet beweegbaar) en wordt geplaatst in een opening voor luchttoevoer of lucht/rookafvoer.
Mechanische ventilatie
Luchtbeweging die wordt gerealiseerd met elektrisch aangedreven ventilatoren.
Meldergroep
Verzameling van één of meer melders en/of elementen die door de brandmeldcentrale als een eenheid wordt herkend en die op de brandmeldcentrale als eenheid kan worden in- en uitgeschakeld.
Melderlus
Transmissieweg die brandmelders en andere elementen verbindt met de brandmeldcentrale.
Multi-sensor/criteriamelder
Melder die gevoelig is voor meer dan één verschijnsel van brand.
Netwerk
Samenstel van tot de brandmeldinstallatie behorende componenten, verbonden met elkaar via één of meer transmissiewegen en in staat informatie uit te wisselen.
Opmerking: Van het netwerk kunnen ook ontruimingsalarm- en sprinklermeldcentrales deel uit maken.
Nevenindicator
Separate optische indicator die als gevolg van een geactiveerde brandmelder in werking wordt gesteld.
Neveningang
Ingang van het object, niet zijnde de brandweeringang, die door de brandbestrijdingsorganisatie kan worden gebruikt voor het betreden van andere delen van het object.
Nevenpaneel
Paneel waarop de voor de interne organisatie noodzakelijke signalering en bedieningselementen aanwezig zijn.
Onderhouder
Rookbeheersingsbedrijf of diens gemachtigde die bevoegd is om de overdrukinstallatie te onderhouden.
Onderhouder
rookbeheersingsbedrijf of diens gemachtigde die bevoegd is om de RWA-installatie te onderhouden
Onechte brandmelding
Brandmelding die niet het gevolg is van een brand, of op brand lijkende verschijnselen.
Ongewenste brandmelding
Brandmelding door de aanwezigheid van op brand lijkende verschijnselen, die niet het gevolg zijn van een brand.
Ontvangststation voor brandmeldingen
Organisatie (instelling) van waaruit op ieder moment de nodige brandbestrijdings- en beveiligingsmaatregelen in gang kunnen worden gezet
Opmerking: Op basis van wet- en regelgeving zal in veel gevallen een directe doormelding naar de meldkamer van de (regionale) brandweer noodzakelijk zijn.
Ontvangststation voor storingsmeldingen
Organisatie (instelling) van waaruit de noodzakelijke corrigerende maatregelen onmiddellijk in gang worden gezet.
Ontwerpbrand
Autobrand waarbij drie auto’s gelijktijdig betrokken zijn en die afhankelijk is van groeisnelheid, rookproductie, brandvermogen en brandduur.
Optische rookmelder
Melder die gevoelig is voor verbrandingsproducten, die de absorptie of reflectie van licht in het infrarode, zichtbare en/of ultraviolette gebied van het elektromagnetische spectrum kunnen beïnvloeden.
Overdrukinstallatie/-systeem
Voorziening ter voorkoming van binnentreden van rook in geval van brand. Door het op een hogere druk brengen en houden van de overdrukruimte bij gesloten deuren en creëren van voldoende luchtsnelheid bij geopende deuren.
Overdrukruimte
Ruimte waarbinnen de druk op een hogere waarde wordt gehouden dan in de met brand belastte ruimte.
Overdrukventilator
Ventilator, voorzien van een elektrische aandrijving, die is bedoeld om ruimten onder overdruk te brengen en deze te handhaven gedurende een vastgestelde tijd.
Parkeergarage
Gebouw of onderdeel daarvan met het doel daarin auto's te parkeren en daartoe bestaande uit een samenstel van verkeersruimten voor voetgangers en personenauto's voor horizontaal en verticaal transport, parkeervakken en de noodzakelijke nevenruimten.
Programma van Eisen (PvE)
Document dat relevante uitgangspunten van de brandmeldinstallatie bevat, zoals uitgewerkt in bijlage A.
Puntmelder
Melder die reageert op een waargenomen brandverschijnsel in of in de nabijheid van een op een vaste plaats aangebrachte sensor.
Rookarm
Gebied waarvan de zichtlengte naar verlichte voorwerpen groter is dan 30 m op 1,5 m hoogte boven de vloer Opmerking: Het gebied is hierdoor doorzoekbaar door de brandweer.
Rookbeheersingssysteem (RBS)
Installatie voor het beheersen en verwijderen van de rook en warmte die bij een brand ontstaan.
Rookklep
Afsluitbare opening in de rookafvoerweg van een rookbeheersingssysteem met als doel de kortste afstand van de rook, via de brandruimte naar buiten, te realiseren (kleppenregister).
Rookklep
Klep bestemd voor weerstand, regeling en/of afvoer van rook 3.6 rookluik; rookventilatieluik afsluitbare opening in een dak van een ruimte, bestemd om in geval van een brand de rook en de hete gassen rechtstreeks naar buiten af te voeren volgens het natuurlijke ventilatieprincipe. Het openen van het luik vindt automatisch plaats na brand- of rookdetectie.
Opmerking: Rookventilatieluiken kunnen, buiten brandsituaties om, ook voor een normale ventilatie worden gebruikt.Rookmeldermelder die gevoelig is voor in de lucht zwevende verbrandings- en/of pyrolytische producten (aërosolen).
Rookventilator
Ventilator, voorzien van een elektrische aandrijving, die is bedoeld de rookgassen mechanisch af te voeren uit de rooklaag.
Rookvrij
Gebied waarvan de zichtlengte naar niet verlichte voorwerpen groter is dan 60 m op 1,5 m hoogte boven de vloer.
Stack effect
Drukverschil welke ontstaat ten gevolge van een verschil in dichtheid tussen twee verbonden kolommen lucht met verschillende temperaturen.
Standaard driehoeksleutel
Door de brandweer gehanteerde sleutel passend op een verzonken aangebrachte driekante pen met zijden van 10 mm, binnen een rand met een binnenmiddellijn van 17 mm.
Stuwkrachtventilator
Ventilator geplaatst in de te ventileren ruimte met als doel de lucht in deze ruimte te ‘bewegen’ en of verplaatsen Opmerking: Impulsventilator, inductieventilator, cycloonventilator zijn andere benamingen voor de in deze norm benoemde stuwkrachtventilator.
Toegangsniveau
Manier van beveiliging die er voor zorgt dat bepaalde bedieningsfuncties en/of signaleringen alleen na een specifieke handeling mogelijk zijn respectievelijk zichtbaar worden.
Thermische melder
melder die gevoelig is voor een temperatuursverhoging
Transmissieweg
Verbinding tussen onderdelen (de behuizing van onderdelen), die dient voor overdracht van informatie en/of energie.
Opmerking: Een verbinding kan op meer manieren tot stand worden gebracht. Voorbeelden zijn kabel met daarin kopergeleiders of glasvezel, maar ook draadloos door een radiografische verbinding.
Trappenhuis
Verkeersruimte waarin een trap ligt.
Ultravioletvlammenmelder
Melder die reageert op straling met een golflengte van minder dan 300 nm.
Verkeersruimte
Ruimte anders dan een ruimte in een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte, bestemd voor het bereiken van een andere ruimte.
Vlammenmelder
Melder die reageert op straling afkomstig van vlammen bij een brand.
|
|

|